Pestprotocol

Naar de schoolgids index


PESTPROTOCOL

INHOUD

1. Missie/visie van de Doolgaard en doelstellingen protocol

2. Definitie plagen en pesten

3. Pesten op school: kenmerken, signalen en gevolgen

4. Activiteiten in het kader van preventie

5. Als er dan toch gepest wordt.

6. Sanctiebeleid

7. Adviezen voor ouders/ verzorgers

Bijlage 1 Handreiking gespreksvoering

Bijlage 2 Social media 

Bijlage 3 Schoolregels van de Doolgaard

Bijlage 4 schorsing en verwijderingsprotocol Dynamiek


 

1.Missie/visie van de Doolgaard en doelstellingen protocol

De Doolgaard is een Daltonschool. Een van de kernwaarden is samenwerken.

De Doolgaard wil een leefgemeenschap zijn waar leerlingen, leerkrachten en ouders op een natuurlijke wijze samen leven en werken.
De Doolgaard is een leergemeenschap waar leerlingen en leerkrachten iets van en met elkaar leren. De Doolgaard is ook een leergemeenschap waar leerlingen verantwoordelijk zijn voor zowel het eindproduct als de wijze waarop dat eindproduct tot stand komt. Leerlingen en hun leerkracht werken samen aan een leertaak. Op deze manier leren zij met elkaar om te gaan en  leren zij dat ze elkaar kunnen helpen. Ook leren ze dat er verschillen bestaan tussen mensen, ze leren naar elkaar te luisteren en respect te hebben voor elkaar. Daarnaast voelen zij zich verantwoordelijk voor de leertaak waar ze, eventueel samen, aan werken.

Door middel van samenwerken, ontwikkelen ze sociale vaardigheden en leren ze reflecteren op de manier waarop ze leren, zoals het beoordelen van hun eigen inbreng en die van medeleerlingen, het aangaan van de dialoog, het leren omgaan met teleurstellingen en het ervaren van een meeropbrengst uit de samenwerking.
Het uiteindelijke doel is democratisch burgerschap.
Twee doelen waarom samenwerking op de Doolgaard van belang wordt geacht zijn:
* Democratisering en socialisering.

* Samenwerken als een effectieve manier van leren.
We zien onze school als een oefenplek om deze doelen te kunnen realiseren.

Sociale vaardigheden en samenwerken leren leerlingen vooral door met medeleerlingen, leerkrachten en andere mensen om te gaan.
Binnen bovenstaande missie/visie zien we ook het voorkomen van pestgedrag. Maar vinden we ook dat, indien er pestgedrag is, dit open en eerlijk besproken moet worden. Wij vinden het dan ook van belang dat pestgedrag tijdig gesignaleerd wordt en voorkomen of aangepakt wordt.

Onderstaand pestprotocol zien we als een hulpmiddel bij het:
- voorkomen van pestgedrag.
- het tijdig signaleren van pestgedrag.

- het remediëren en bespreekbaar maken van pestgedrag.
- de samenwerking met ouders te optimaliseren om pestgedrag te voorkomen of aan te pakken.


 

2. Definitie plagen en pesten  

Voor alle leerlingen is het zeer belangrijk, wil men pestgedrag adequaat aan kunnen pakken, het verschil te (h)erkennen tussen plagen en pesten. De volgende definities geven een beeld over plagen en pesten.

Plagen is onschuldig, onbezonnen en gebeurt vaak spontaan. Er is geen sprake van een slachtoffer en Pester;  beide partijen zijn even sterk/ gelijkwaardig. Plagen gaat vaak gepaard met humor. Plagen gebeurt over en weer en vergroot de sociale weerbaarheid van kinderen. Kinderen leren spelenderwijs hun eigen grenzen en die van de ander (her)kennen. Dit draagt bij aan hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Plagen kwetst de ander (meestal) niet en de ander plaagt terug, omdat er geen machtsverschil bestaat. De rollen wisselen continu (plagen- geplaagd worden). Wel moeten leerkrachten en ouders erop bedacht zijn dat kinderen met een laag zelfbeeld/ weinig zelfvertrouwen/ (ex-)pestslachtoffers plagen kunnen opvatten als pesten.

Pesten is een stelselmatige vorm van agressie waarbij één of meer personen proberen een andere persoon fysiek, verbaal of psychologisch schade toe te brengen. Bij pesten is de macht ongelijk verdeeld. Ook is het belangrijk om het pesten via social media niet uit te vlakken. Kinderen of jongeren gebruiken het internet (bijv. pesten via Instagram / Facebook/ Twitter) of pesten elkaar door vervelende berichten via de mobiele telefoon (bijv. WhatsApp,) te sturen.


 

3. Pesten op school: kenmerken, signalen en gevolgen

Als we het over pesten hebben, kan dit worden uitgesplitst naar drie niveaus, te weten slachtoffer, Pesters, omstanders. Belangrijk voor leerkrachten en ouders/ verzorgers is te weten wat de kenmerken, signalen en gevolgen zijn van pestgedrag op alle drie de niveaus zodat pestgedrag tijdig kan worden gesignaleerd en er kan worden ingegrepen.

In navolgende zullen de kenmerken van Pester/ slachtoffer/ omstander worden beschreven. Hierbij moet worden opgemerkt dat uit de literatuur blijkt dat er geen eenduidig beeld is van een Pester/ slachtoffer/ omstander, maar dat onderstaande beschreven kenmerken relatief vaak voorkomen.

Niveau 1: Pesters

Kenmerken Pester:

- Dominante persoonlijkheid.

- Kan onzeker zijn, wil dit verbloemen.

- Impulsief.

- Weinig empathisch vermogen. In het bijzonder gericht op eigen ‘ik’

- Overziet gevolgen eigen gedrag niet tot nauwelijks. Schat eigen gedrag positiever in. Legt schuld buiten zichzelf.

- Grens opzoekend/ overschrijdend gedrag. Moeite met opvolgen van regels.

- Moeite om op de juiste manier om te gaan met bepaalde kinderen op bepaalde momenten (bijv. pauze, vrije situaties in de klas, tijdens gym.)

Mogelijke signalen Pester:

- Verdraagt nauwelijks kritiek en kan moeilijk grenzen aanvaarden die zijn opgelegd.

- Wordt snel boos, is ongeduldig (wil eigen wensen ingewilligd zien)

- Heeft moeite zich te uiten en emoties te bespreken.

- Kan agressief gedrag vertonen.

- Doet stoer en wil imponeren.

- Kan sociale media gebruiken om te pesten.

- Wil wachtwoord niet bekend maken bij ouders. Ouders mogen niet meekijken wanneer wordt gecomputerd.

- Probeert ook buiten schooltijd het slachtoffer te overheersen.

Gevolgen Pesters:

- Ontwikkelen van onaangepaste gedragspatronen (op langere termijn). Dit houdt in dat pesters bijv. moeilijk hechte vriendschappen kunnen ontwikkelen. Ook bestaat de mogelijkheid dat de groep zich tegen de Pester gaat keren en hij daardoor in een isolement raakt.

Niveau 2: Slachtoffer

Mogelijke kenmerken slachtoffer:

- Onzeker in sociale contacten, teruggetrokken, weinig vriendschappen.

- Geneigd zich onderdanig op te stellen.

- Durft niet op te komen voor zichzelf, weinig assertief.

- Fysiek zwakker dan leeftijdgenoten (in bijzonder bij jongens)

- Reageert niet op gepaste manier op druk van buitenaf: onderdanig, huilen

- Zoekt vaak aansluiting bij volwassenen of juist jongere kinderen.

- Moeite om te gaan met agressie.

Mogelijke signalen slachtoffer:

- Het kind heeft vaak blauwe plekken, schrammen, gescheurde kleren, beschadigde boeken, verliest eigendommen.

- Vaak verdrietig, neerslachtig of er is sprake van onverwachte stemmingswisselingen/driftbuien.

- Weigert om te zeggen wat er aan de hand is.

- Het kind lijkt afwezig, dromerig, is niet bij de les.

- Het kind is schichtig.

- Het kind wordt niet bij naam genoemd, maar wordt aangesproken met een bijnaam.

- Somatische klachten (buikpijn, weinig eetlust, hoofdpijn). Wordt vaak ziek gemeld.

- Het kind verliest interesse in school, onderpresteren.

- Het kind vertoont verdrietig, chagrijnig of depressief gedrag wanneer het kind thuis komt.

- Laag gevoel van eigenwaarde.

- Krijgt regelmatig (negatieve) berichtjes op sociale media die niet van vrienden zijn.

- Persoonlijke social media accounts worden gehackt.

- Virussen komen op computer thuis

Mogelijke gevolgen slachtoffer:

- Psychosomatische klachten (hoofdpijn, buikpijn, bedplassen, slaapproblemen, eetproblemen)

- Eenzaamheid en depressie

- Ontwikkelen van angsten.

- Negatief zelfbeeld tot op latere leeftijd.

- Obsessief perfectionisme (alles goed moeten doen, zodat niemand je kan uitlachen)

Niveau 3: Omstanders

Soorten omstanders:

- De mede Pester. Dit kind doet mee omdat hij erbij wil horen of bang is om anders zelf gepest te worden. Hij/zij voelt zich stoer.

-De helper. Dit kind vindt pesten zielig en komt op voor de gepeste.

- De stille. Dit kind vindt pesten wel gemeen, maar durft niet in te grijpen uit angst om zelf gepest te worden.

- De stiekemerd. Dit kind vindt pesten ook niet goed, maar moedigt het stiekem aan. Bijvoorbeeld door anderen erbij te halen.

- De buitenstaander. Dit kind is onverschillig, bemoeit zich nergens mee en wil ook nergens last van hebben

Gevolgen omstanders:

- De groep lijdt onder een dreigend en onveilig klimaat; iedereen is angstig en men wantrouwt elkaar; men is weinig open of spontaan; men telt weinig of geen echte vrienden binnen de groep.

- Pesten hindert het leerproces.


 

4. Activiteiten in het kader van preventie.

Met interactie, instructie en klassenmanagement scheppen we de voorwaarden voor een pedagogisch klimaat waarin elk kind tot zijn recht komt. Als we daar stap voor stap verbeteringen in aanbrengen, werken we aan het bieden van geborgenheid, veiligheid en structuur.

Ter voorkoming van pestgedrag zijn in onze school de volgende maatregelen structureel genomen en wordt in onze school de volgende werkwijze gehanteerd:

- We gaan gebruik maken van de methode Vreedzame school vanaf het schooljaar 2018-2019. Tijdens de eerste twee jaren hoort hier ook een scholing bij. Die alle leerkrachten zullen gaan volgen.

- We maken gebruik van schoolregels die we als leerkrachten samen hebben gemaakt in het schooljaar 2016-2017 (zie bijlage 3)

- In elke groep worden daarnaast eventueel nog positief geformuleerde regels en afspraken op papier gezet. Deze worden regelmatig besproken en hangen in het klaslokaal of staan in de klassenklapper. Ook worden de regels zo nodig bijgesteld

- Inzet sociogram (twee keer per schooljaar in alle groepen)

- Vragenlijst sociale veiligheid voor leerlingen. Elk jaar afnemen.

- Inzet Leerlingtevredenheidsonderzoek (LTO) (eenmaal per 4 jaar)

- De sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen wordt bijgehouden in het SCOL. De leerkracht vult per kind een vragenlijst in en in groep 7 en 8 vullen de leerlingen zelf ook een vragenlijst in.

- In groep 8 werken de kinderen in het begin van het schooljaar (preventief)  met het lesprogramma bij de film Spijt.

- Bevorderen samenwerken, één van de Daltonkernwaarden.(maatjesleren, coöperatieve werkvormen, van en met elkaar leren etc.)

- Voeren kringgesprekken (leren luisteren naar de ander/ interesse tonen in de ander)

- Positief gedrag wordt gecomplimenteerd

- Inzet prentenboek (kleuters)

- Regelmatig contact met ouders aangezien wij werken vanuit het totaalbeeld van het kind waarbij de communicatie met ouders/ verzorgers van cruciaal belang is

- Preventieve gesprekken ten aanzien van pesten

- Pesten moet worden gemeld en is niet klikken. Vanaf groep 1 wordt dit besproken met kinderen. Hulp vragen van leerkrachten moet je doen als er ruzie is/ gepest wordt.

- Inzet groepsbesprekingen waarin pestgedrag wordt besproken en acties op worden gezet.

- Omgaan met internet wordt in de klas besproken. Bijvoorbeeld: Hoe zoek je op een goede manier met een zoekmachine? Wat kun je doen als je op een minder leuke site terecht komt.

- In de groepen 6 t/m 8 is er regelmatig aandacht voor goed omgaan met social media. Zowel voor de ouders als voor de leerlingen.

De volgende zaken kunnen worden, indien nodig, ingezet wanneer er pestgedrag plaatsvindt:

- Inzet spellen omtrent sociale vaardigheden en

- Leerlingbespreking waarbij de intern begeleider en het zorgteam wordt ingezet

- Contact met externe (zorg)instanties en betrokken hulpverleners (bijv. inzet ambulante begeleiding, afstemming GGD/ GGZ)

- Buiten spelen wordt voor-gestructureerd.

- Oefenen rollenspellen (hoe kom ik samen bij een ruzie/ probleem tot een oplossing)

- Inzet SOVA-training (bijv. meidenvenijn, kanjertraining)

- Inzet orthopedagoog

- Inzet pedagogisch groepsplan

- Nogmaals afnemen sociogram


 

5. Als er dan toch wordt gepest. (Curatieve aanpak)

Het kan natuurlijk voorkomen dat er ondanks alle maatregelen in de preventieve sfeer nog gepest wordt of ruzie wordt gemaakt die kan uitmonden in pesten. Hierbij is de samenwerking met ouders/ verzorgers van essentieel belang. Bij aanpak van pestgedrag zullen op school de stappen 1 t/m 3 altijd worden ingezet en zo nodig zullen ook de stappen 4 en 5 worden ingezet:

Stap 1

Probeer eerst zelf (en samen) tot een oplossing te komen door te praten.

Stap 2

Op het moment dat een van de leerlingen er niet uitkomt en er geen oplossing wordt gevonden voor het probleem, moet een leerkracht (die buiten loopt) worden ingeschakeld door de leerling

of

Wordt leerling digitaal gepest: zelf melden bij (groeps-)leerkracht (in bijlage 2 staan tips beschreven m.b.t. digitaal pesten)

of

Omstanders signaleren pesten en melden dit bij een volwassene

Stap 3

Leerkracht schat in of het probleem direct kan worden opgelost of (één van) beide partijen een  tijdelijke time-out moet krijgen (even tot rust komen) Wanneer het probleem direct kan worden opgelost, zal een kort oplossingsgericht gesprek plaatsvinden.

of

Digitaal pesten: leerkracht schakelt de ICT-coach in om de identiteit te achterhalen

Stap 4

De groepsleerkracht gaat eerst in gesprek met de Pester en slachtoffer apart en voert daarna gezamenlijk als mediator een gesprek met alle partijen (zie bijlage 1: handreiking gespreksvoering). Er zal worden gekomen tot oplossingen en er zullen (nieuwe) afspraken worden gemaakt (eventueel welke vaardigheid moet het kind aanleren). De afspraken zullen door de leerkracht worden vastgelegd in het leerlingdossier.

Wanneer omstanders betrokken zijn, worden ook zij aangesproken op hun gedrag. Bij de omstanders wordt aangegeven wat zij kunnen doen wanneer zij pesten signaleren (melden bij de leerkracht). Hierbij zal worden uitgegaan van de stelregel: pesten moet worden gemeld en is niet klikken

Stap 5

Contact wordt opgenomen met de ouders door groepsleerkracht. Ook de oplossingen (vaardigheden die het kind moet aanleren, gemaakte afspraken) worden besproken met ouders en vastgelegd. Belangrijk is bij continuerend pestgedrag de oorzaak van het pesten te achterhalen om de juiste aanpak in te kunnen gaan zetten. Hiertoe worden gerichte vervolgacties opgesteld waarbij eventueel gepaste hulpverlening (bijv. SOVA-training, SMW) wordt ingezet. Het beoogde doel wordt regelmatig geëvalueerd (groepsleerkracht en intern begeleider) in samenspraak met ouders/ verzorgers. Zeer belangrijk is hierbij de eenduidige aanpak tussen ouders en school.

Bij fysiek geweld zullen gepaste maatregelen worden getroffen in overleg met MT/ directie. Dit zal in contractvorm worden vastgelegd en geëvalueerd. Hierbij zetten we gedragskaarten in. (zie bijlage 3)  Bij een dergelijke (voortdurende) bedreigende situatie raadplegen we het beleid van Dynamiek m.b.t. schorsen en verwijderen. En indien nodig voeren we dit beleid uit. (zie bijlage 5)

Gekeken naar bovenstaande kan het ook zijn dat kinderen het pestgedrag niet melden op school en pas thuis. Hiertoe roepen wij u als ouders op met de groepsleerkracht contact op te nemen zodat bovenstaande acties kunnen worden ingezet.


 

6. Sanctiebeleid

Op de Doolgaard zetten wij gedragskaarten in bij ontwikkeling belemmerend gedrag. Op het moment dat een kind gedrag laat zien, waardoor hij of de omgeving wordt belemmerd, gaan wij over tot het inzetten van de gedragskaart. Op deze manier willen wij een lijn trekken voor alle kinderen op de Doolgaard. We hebben een profiel opgesteld waarin duidelijk is wat wij onder belemmerend gedrag verstaan en daarbij hebben we ook de sancties beschreven die volgen bij bepaald gedrag. De gedragskaarten zijn te vinden in bijlage 3.

7. Adviezen aan de ouders/ verzorgers

In navolgende zullen enkele adviezen weer worden gegeven hoe ouders/ verzorgers kunnen omgaan met pestgedrag.

Ouders van gepeste kinderen

- Houd de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind.

- Als pesten niet op school gebeurt, maar op straat, probeert u contact op te nemen met de ouders van de Pester(s) om het probleem bespreekbaar te maken.

- Pesten op school kunt u het beste direct met de groepsleerkracht bespreken.

- Door positieve stimulering en zgn. schouderklopjes kan het zelfrespect vergroot worden of weer terugkomen.

- Steun uw kind in het idee dat er een einde aan het pesten komt.

- Onderneem dingen/ uitstapjes met uw kind waardoor hij/ zij zich gewaardeerd voelt

Ouders van Pesters

- Neem het probleem van uw kind serieus

- Deel uw zorgen met de groepsleerkracht; ook uw kind moet geholpen worden.

- Raak niet in paniek: elk kind loopt kans Pester te worden.

- Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen.

- Maak uw kind gevoelig voor wat het anderen aandoet.

- Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind.

- Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van de school staat.

Alle andere ouders

- Neem ouders van het gepeste kind serieus

- Stimuleer uw kind om op een goede manier met andere kinderen om te gaan.

- Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag en benoem goed gedrag.

- Geef zelf het goede voorbeeld.

- Leer uw kind voor anderen op te komen.

- Leer uw kind voor zichzelf op te komen.


 

Bijlage 1 Handreiking gespreksvoering

In onderstaande staan handreikingen beschreven op welke manier gesprekken kunnen worden gevoerd wanneer pestgedrag plaatsvindt. Deze handreikingen kunnen worden gehanteerd door alle volwassenen (o.a. leerkrachten, ouders/ verzorgers) die bij de opvoeding en begeleiding van kinderen betrokken zijn. Hiertoe zal dan ook in navolgende de term volwassene worden gehanteerd om degene aan te duiden die de gesprekken in gaat met de pester/ slachtoffer/ omstander.

Een gesprek met een Pester en met een slachtoffer heeft vooral tot doel de problemen op individueel niveau bespreekbaar te maken. De gesprekken hebben geen therapeutisch doel aangezien de betrokken volwassene geen hulpverlener is/ hoeft te zijn. De volwassene geeft aan waar de grenzen liggen en maakt duidelijk waar de kinderen terecht kunnen. Gezamenlijk wordt gezocht naar oplossingen voor problemen.

Voorwaarden voor een individueel gesprek

- Er moet voldoende tijd zijn voor een gesprek.

- Er moet een ruimte zijn waar ongestoord gepraat kan worden.

- Het tijdstip van het gesprek. (wel of niet onder schooltijd)

- Het kind moet voor het gesprek begint, weten wat het doel is.

- Het gesprek moet vertrouwelijk zijn.

- Soms vinden kinderen het prettiger om te praten en tegelijk wat te doen (bijv. opruimen in de klas).

Gesprek met een slachtoffer

Doelen van het gesprek

Het kind de kans geven om zijn hart te luchten, als hij dat zelf tenminste wil.

Met kind nagaan hoe problemen in de omgang met leeftijdgenoten opgelost kunnen worden en hoe dit in de toekomst voorkomen kan worden.

Begin van het gesprek

Maak in het begin duidelijk waarom je dit gesprek wilt voeren (bijv.: “Ik wil eens met je praten. Ik heb het gevoel dat het de laatste tijd niet zo goed met je gaat? (De start van het gesprek is voor een groot deel gebaseerd op intuïtie: Afhankelijk van de persoon, de aard van de pesterijen, de manier waarop de informatie is verkregen, weet het kind dat het pesten besproken is door ouders/leerkrachten?).

Het is belangrijk om tijdens het gesprek aantekeningen te maken, maar ga niet de hele tijd zitten schrijven!

Vraag vervolgens -heel nadrukkelijk- of het kind zelf er ook over wil praten.

Het kind mag niet het gevoel krijgen “op de pijnbank” gelegd te worden, uitgehoord te worden of wat dan ook. Als een kind er echt niet over wil praten, respecteer dat dan. Beëindig het gesprek zonder verwijt en voeg hieraan toe dat het kind altijd bij je terecht kan als hij wel wil praten.

Handige zinnen om het gesprek aan te gaan

Als volwassene zal je in het gesprek de deur zelf moeten openzetten. Dat kan heel goed door open vragen te stellen, zoals:

“Wat vind jij er zelf van?”.

“Wil jij eens vertellen hoe je je voelt?”

“Hoe reageer je als er iets vervelends gebeurt?”.

Probeer eerst vast te stellen wat het kind precies als probleem ervaart. Dat alleen al kan tijd vergen. Neem die tijd. Let erop niet zelf allerlei oplossingen aan te dragen. Formuleer deze samen met het kind:

“Hoe zou je daar nou een oplossing voor kunnen vinden? Heb je misschien zelf een idee?”

Het belangrijkste in zo’n gesprek is: luisteren.

Actief luisteren, met name. Dat betekent: je inleven in de leerling en meeleven. Dat kan heel goed door zinnetjes te gebruiken als:

 “Je bedoelt dat je........?”

“Je hebt het gevoel dat.….?”

“Je probeert me duidelijk te maken dat.......?”

“Je zou het liefst willen.......?”

Aandachtspunten

- Vermijd oordelen! (o.m.a.: oordelen, meningen en adviezen voor jezelf houden) Het gaat er in dit gesprek niet zozeer om wat jij als volwassene ervan vindt of denkt, maar wat het kind zelf aangeeft als probleem en als mogelijke oplossingen daarvoor.

- Als het kind over oplossingen voor zijn problemen begint te denken, neem die dan uiterst serieus. Maak eerst een rijtje “mogelijke oplossingen”, ga pas daarna met het kind na welke oplossing haalbaar is.

- Probeer samen een oplossing te kiezen die het kind fijn vindt en die ook naar jouw inschatting haalbaar en effectief is.

- Juist omdat gepeste kinderen vaak sociaal niet zo vaardig zijn, is het handig om een gekozen oplossing eerst uit te proberen. Dit kan in de vorm van een rollenspel.

- Maak na afloop van het gesprek een afspraak om de gemaakte afspraken/ handelingsaanpak te evalueren (korte termijn: max. week).

- Vermijd in het gesprek ook oordelen of verklaringen te geven voor het (pest)gedrag van andere kinderen. Er mag geen “roddelsfeer” ontstaan in het gesprek.

- Houd het gesprek, als het even kan, een beetje luchtig. Het is al moeilijk voor een kind om over dit soort onderwerpen te praten.

Gesprek met een pester

Doelen van het gesprek

Aan het kind duidelijk maken dat het tentoongespreide gedrag voor jou onacceptabel is, een duidelijke grens stellen.

Maar ook: het kind de kans geven om zijn verhaal te vertellen en samen te zoeken naar oplossingen.

Begin van het gesprek

Maak het kind duidelijk dat je dit gesprek beslist met hem wilt voeren en welke bedoeling je daarbij hebt. Anders dan bij het gesprek met de gepeste geldt hier:

Als het kind geen zin heeft om te praten: geef noodzaak aan en geef bij het kind aan dat het gesprek moet plaatsvinden. Het kind mag in dit geval niet zelf kiezen. Nb. Je hebt als volwassene behoefte om aan het kind duidelijk te maken waar de grenzen (in dit geval: met betrekking tot plagen/pesten) liggen en dus wil jij dit gesprek voeren.

Stappen in het gesprek

Stap 1: Doel gesprek weergeven

Stap 2: Het benoemen van het ongewenste gedrag (objectief waarneembaar). Er mogen geen waardeoordelen aan worden gehangen, blijf neutraal wanneer de bezorgdheid wordt uitgesproken. Vervolgens het benoemen van de gevolgen van het pesten voor andere kinderen (de gepeste, de rest van de klas, de sfeer in de klas).

Tot slot: geef grenzen aan welk gedrag wel/ niet wordt geaccepteerd.

Stap 3: de kans is groot dat kind na zo’n confrontatie in verzet gaat en zegt: “Ja, maar....”.

Dat zijn momenten om over te schakelen op actief luisteren. Luister naar het verzet, de verklaringen van het kind. Maar blijf bij je (in stap 2) aangegeven grens: dat kan bijvoorbeeld door, na het verzet van het kind te zeggen: ........ ‘Je bedoelt…? Maar wat kan jij nu beter doen?’ (Wanneer kind oorzaken buiten zichzelf zoekt). Vervolgens kan worden herhaald: “En toch vind ik het heel erg dat …. (Benoem gevolgen van pestgedrag)’.

Soms zal het kind tijdens het gesprek laten merken dat zijn gedrag voortkomt uit een onderliggend probleem. Hiervoor zal samen met het kind naar een oplossing moeten worden gezocht. Geef ook aan dat je dit samen met andere betrokken volwassenen zal oppakken. Geef duidelijk aan waar je grenzen liggen en geef aan wanneer je informatie die het kind geeft niet voor jezelf kan houden, maar moet delen met anderen.

Soms zal zo’n confronterend gesprek over gaan in een helpend gesprek, waarbij je net als in het gesprek met de gepeste samen zoekt naar een oplossing voor het probleem van de Pester.

Aandachtspunten in dit gesprek

• Veel Pesters beschouwen hun eigen gedrag als heel normaal. Ze zullen nogal eens hun schouders ophalen en mompelen “Nou ja, dat je je daar druk over maakt......”. Vaak is dat geen onwil, maar eerder een uiting van onvermogen: veel Pesters weten bijna niet hoe ze zich anders moeten gedragen. Daarom zijn twee dingen aan te bevelen: heel duidelijk zijn in de grens die je aangeeft; oppassen dat je niet het kind afwijst, maar alleen zijn gedrag.

Gesprek met omstanders

  • Vertel aan je groep dat er in de klas gepest wordt. Dat zal geen verrassing zijn.

  • Bespreek klassikaal de verschillende rollen in het pestproces (zie boven). Leg ook uit dat pesters vaak zelf problemen hebben en niet altijd “slechte kinderen” zijn.

  • Maak goed duidelijk dat buitenstaanders/wegkijkers die van het pesten weten en nietsdoen eigenlijk even schuldig zijn.

  • Prijs (in het algemeen) kinderen die de moed hebben voor de gepeste op te komen en vertel dat een hele groep SAMEN het pesten van een enkele pester kan stoppen.

  • Leg uit dat komen vertellen dat iemand gepest wordt absoluut geen klikken is.

  • Maak goed duidelijk dat jij niet alles kan zien en dat hun hulp hierbij belangrijk is.

  • Bedenk met de klas wat ze kunnen doen om pesten tegen te gaan. Houd ook dit algemeen en laat geen namen noemen.

  • Moedig kinderen aan om hun mening over pestgedrag te geven. De meeste kinderen zijn namelijk gewoon tegen pesten. Als veel kinderen zich tegen pesten uitspreken, maakt dat anderen duidelijk dat ze niet alleen staan in hun afkeuring hiervan.

  • Stel dat je klas geen oplossingen kan (of wil) geven: zeg dan dat je morgen op de zaak terugkomt, omdat het zeer belangrijk is dat zij met zijn allen oplossingen verzinnen.

  • Maak duidelijk dat jij pesten nooit tolereert en dat je alles zult doen om pesten te bestrijden en te voorkomen. Jouw besliste houding in deze is zeer belangrijk!

  • Vertel de groep dat je de directie van de school op de hoogte brengt en mogelijk ook sommige ouders. Doe dit ook echt. Het geeft aan hoe belangrijk jij het vindt dat het pesten stopt.

  • Vertel dat je over een paar dagen op de zaak terugkomt, om te kijken hoe het gaat.

  • Denk niet dat het pesten hierna over is. Pestgedrag heeft de neiging terug te komen. Evalueer na 6 weken wéér met zijn allen hoe het nu gaat. Blijf alert!

Een gesprek met Pester en slachtoffer (samen)

Stap 1

Luister actief naar/probeer je in te leven in de klacht van het kind (dat geldt zowel voor de klacht van de Pester als voor de beleving van het slachtoffer); kies daarbij vooral geen partij: als je voor het ene kind kiest, kies je tegen het andere en dat kind kan zich dan afgewezen voelen.

Stap 2

Als je naar beide partijen hebt geluisterd, kun je ze vragen om met elkaar te gaan praten waar je zelf bij zit. Laat ze tegen elkaar zeggen wat ze van de situatie vinden en wat ze zouden willen. Help ze daarbij om naar elkaar te luisteren en op elkaar te reageren. Zorg ervoor dat ze elkaar tijdens het gesprek aankijken.

Stap 3

Vraag ze om samen een oplossing te bedenken waar ze allebei iets in zien. Help ze daarbij door vragen te stellen als “Wat zou je daaraan kunnen doen? Wie van jullie heeft er misschien een idee?”.

Stap 4

Laat ze samen een oplossing kiezen. Vraag aan beiden afzonderlijk of ze die oplossing “echt zien zitten”. Help ze zo nodig om met elkaar een afspraak te maken.

Stap 5

Maak met alle betrokkenen een vervolgafspraak om over max. een week te kijken hoe de gekozen oplossing werkt.


 

Bijlage 2 Social media         

Internet, Facebook, Instagram, Snapchat, What’s app zijn communicatiemiddelen die inmiddels nauwelijks meer weg te denken zijn uit de leefwereld van kinderen. Over het algemeen hebben kinderen hier veel leuke ervaringen mee maar soms gaat het fout.

Op de social media kan flink gepest worden: deze vorm van pesten wordt ook wel digitaal pesten of online pesten genoemd.

  • Onder digitaal pesten wordt verstaan:

  • Iemand een gemene email of sms of app sturen.

  • Iemand uitschelden of belachelijk maken per e-mail, op Facebook, Instagram, in een chatbox of per app.

  • Iemand een dreigbericht sturen.

  • Foto's (of bewerkte foto’s) van iemand anders op internet zetten.

  • Iemand opzettelijk een virus versturen.

  • Gehackt worden. (Een hacker breekt in op de computer of mobiele telefoon. Zo kan de hacker bijvoorbeeld de computer onbruikbaar maken of aan privé informatie komen.)

Tips voor jongeren

Wat kun je doen om digitaal pesten te voorkomen? De volgende tips om digitaal pesten te voorkomen kunnen zowel op school als thuis worden besproken en gebruikt.

Eigenlijk is de stelregel simpel: Wat je niet op straat zou doen, doe je ook op internet niet.

  • Geef nooit je volledige naam, je adres en (mobiele) telefoonnummer.

  • Geef nooit een ‘vreemde’ foto’s van jezelf of van jouw familieleden.

  • Geef nooit zomaar je wachtwoord, pincode of paspoortnummer aan instellingen of personen die je via internet kent.

  • Vraag je ouders om toestemming als op internet gevraagd wordt een registratieformulier in te vullen.

  • Bedenk dat je op internet nooit zeker weet met wie je te maken hebt.

  • Maak geen afspraakjes met onbekenden, je weet immers nooit wie het ECHT is.

  • Let op wat je doet voor een webcam. Laat je niks wijsmaken. Als jouw foto's of filmpjes voor altijd over het internet zwerven krijg je spijt en kun je het niet meer terugdraaien.

  • Wees voorzichtig met pop-up-berichten als 'wil je dit downloaden?' of 'wil je een gratis MP3-speler?'. Klik altijd op 'nee' of klik de pop-up weg. Deze berichten zijn meestal nep en kunnen je computer stukmaken. Als je twijfelt, vraag je ouders om advies.

  • Als je iets ziet dat je naar vindt, klik het dan weg. Je hoeft er toch verder niet naar te kijken?

  • Meld vervelende sites bij de volgende meldpunten:

www.meldknop.nl (als je gepest wordt via internet)

www.meldpunt.nl (als je iets ziet op internet wat met discriminatie te maken heeft),

www.meldpunt.org (als je kinderporno tegenkomt, bijvoorbeeld in spam).

  • Ga zelf niet schelden via mail of chat of app. Woorden komen harder aan als je ze leest en je kunt niet zien hoe de ander reageert.

Wat kun je doen als je digitaal wordt gepest?

  • Log uit of blokkeer de persoon die naar tegen te doet.

  • Negeer pest-mails. Antwoord niet. Ga niet terug pesten.

  • Maak een printje (of een printscreen) van het gesprek, de berichten, de mail of ‘rare site' en vraag om hulp bij je ouders en leerkracht.

  • Praat erover met vrienden, ouders of je leerkracht.

  •  Voel je niet schuldig als er iets vervelends gebeurt. Het is niet jouw schuld en je hebt het niet zelf uitgelokt.

Tips voor ouders

  • Praat geregeld met uw kinderen over wat ze online doen en met wie ze praten en toon interesse als je kind iets wil vertellen of laten zien. De site www.mijnkindonline.nl is erg leerzaam voor u als ouder, maar is ook prettig om samen met uw kind te bekijken.

  • Surf regelmatig samen met uw kind. Neem de tijd om te zien wat uw kind op het internet doet, wat zijn of haar interesses zijn en leer zelf ook werken met de programma's die uw kind gebruikt.

  • Maak duidelijke afspraken met uw kind over het internetgebruik zoals de tijd die online wordt doorgebracht.

  • Spreek met uw kind af, dat u op regelmatige tijden de mobiele telefoon wilt bekijken samen met uw kind. Zo kunt u zien wat er in de groepsapps speelt en waar uw kind op internet actief is, via de telefoon.

  • Help uw kind een nickname of e-mailadres te kiezen waaruit geen persoonlijke informatie kan worden afgeleid. Voorkom vooral suggestieve namen zoals 'lovelygirl'.

  • Instrueer kinderen om geen persoonlijke gegevens aan onbekenden te geven (adres, telefoonnummer, bankrekeningnummer, etc.).

  • Maak uw kind duidelijk dat de virtuele wereld een schijnwereld is. Wat gepresenteerd wordt als echt kan een verzinsel zijn.

  • Bij jonge kinderen is het nuttig om af en toe de 'history' van de browser te bekijken. Hier kunt u zien waar ze geweest zijn. Instrueer tieners dat de ‘history’ niet gewist mag worden.

  • Zorg dat er een goede virusscanner op uw pc staat en ververs regelmatig de bijbehorende database van bekende virussen. Vraag uw kinderen het u te melden wanneer de pc 'raar' doet.

  • Leer uw kind geen onbekende e-mail en bijlagen te openen.

    De beste manier om met vreemde mailtjes om te gaan is: negeren. Leer je kind om nooit e-mail van onbekenden te openen. Net zoals je geen snoepjes van vreemden aanneemt, open je ook geen e-mail van vreemden.

  •  Bewaar pestmail/pest-appjes.

    Wanneer het niet lukt om een einde te maken aan de ongewenste berichtjes is het goed om deze mails of chats of apps te bewaren, zeker wanneer u de indruk heeft wanneer ze telkens van dezelfde afzender afkomstig zijn. De mail is namelijk bewijsmateriaal en kan een hulpmiddel zijn bij het traceren van de dader.

  •  Praat met uw kind over online-contacten.

    Blijf geïnteresseerd in het surfgedrag van uw kind en wijs uw kind regelmatig op de minder leuke kanten, zoals pedofielen in chatboxen, pornosites, scheld e-mails en nog veel meer. Laat uw kind weten dat het bij u terecht kan als het vervelende berichtjes ontvangt. Praat met uw kind over online vrienden, en leer ze op die manier beter kennen. Net zoals u benieuwd bent naar de vriendjes en vriendinnetjes van school of van paardrijden wil je ook graag weten met wie uw kinderen omgaan als ze online zijn. Praat met uw kind ook over de leuke kanten van internet, of ga eens samen surfen op internet.

  •  Neem uw kind serieus, maar leer het ook te relativeren.

    Een kind denkt al snel dat het zijn eigen schuld is dat hij gepest wordt. Probeer dat schuldgevoel te voorkomen en neem alles waarmee uw kind zich tot u wendt serieus. Je hebt het dus niet in de hand dat iemand zulke mail naar je stuurt, maar je kunt wel zelf bepalen in hoeverre je jezelf erdoor laat beïnvloeden. Wimpel het probleem niet weg, maar probeer het wel te relativeren.

  • Leer uw kind de gedragsregels op internet.

Online gelden dezelfde omgangsvormen als offline. Leer uw kind altijd vriendelijk, eerlijk en beleefd te blijven, en niet (terug) te gaan schelden als iemand vervelend doen. Woorden / zinnen die alleen met hoofdletters geschreven worden, worden bijvoorbeeld vaak als schreeuwen geïnterpreteerd Maar: wat anderen kunnen, kan uw eigen kind meestal ook. Denk niet dat uw eigen kind het nooit verkeerd doet. Ook uw kind kan andere kinderen uitdagen, pesten of lastigvallen. Ze kunnen zich anders voordoen dan ze zijn. Zorg dat ze zelf geen vervelende berichtjes posten. Wie zich bij het chatten en mailen en appen aan dit soort fatsoensregels houdt, zal zelf ook minder snel in de problemen komen.

  • Op de Doolgaard vindt er jaarlijks in groep 6 een informatieavond plaats. Op deze avond krijgen de ouders uitleg over kinderen en social media. Een professional op dit gebied komt deze avond verzorgen.

  • De kinderen van groep 7 krijgen jaarlijks een informatiebijeenkomst over social media. Hierin worden de gevaren, maar ook de leuke dingen, van social media belicht door een professional.


 

Bijlage 3 Schoolregels de Doolgaard

 

Bijlage 4 Schorsingsprotocol Dynamiek

De beslissing over verwijdering berust bij het bevoegd gezag. Het is een beslissing die met de uiterste zorgvuldigheid wordt genomen.

Schorsen

Schorsen is onder voorwaarden op grond van Artikel40c WPO.

Schorsing is aan de orde wanneer het College van Bestuur of de directie bij ernstig wangedrag van de leerling onmiddellijk moet optreden en er tijd nodig is voor het zoeken naar een oplossing.

Het College van Bestuur/schooldirectie kan met opgave van redenen een leerling voor een periode van ten hoogste één week schorsen. Het besluit tot schorsing wordt schriftelijk aan de ouders bekendgemaakt.

Het College van Bestuur stelt de inspectie van een schorsing voor een periode langer dan één dag schriftelijk en met opgave van redenen in kennis. Deze melding geschiedt digitaal middels een formulier dat opgenomen is in het schooldossier (ISD) van de inspectie.

Verwijdering

Dynamiek Scholengroep kan besluiten om een leerling te verwijderen wegens onhandelbaar gedrag, wangedrag, of na een ernstig incident, terwijl de ouders het daar niet mee eens zijn. Het kan ook zijn dat in de loop van het schooljaar blijkt dat de school niet langer de extra begeleiding kan bieden die een leerling nodig heeft.

Er kan overgegaan worden tot verwijdering als vervolgonderwijs is gegarandeerd.

Voordat wordt besloten tot verwijdering is het noodzakelijk dat: (art. 40 lid11WPO)

- de betrokken groepsleerkracht is gehoord door het bevoegd gezag.

- het bevoegd gezag heeft met de betrokken leerling gesproken.

- er correspondentie is tussen school/Dynamiek Scholengroep en ouders over het voornemen tot verwijdering.

- de ouders gehoord zijn voorafgaand aan een voorgenomen besluit tot

verwijdering.

- er een definitief besluit tot verwijdering wordt genomen.

- het Onderwijskundig rapport is opgesteld voor de ontvangende school.

- Dynamiek Scholengroep ervoor heeft zorg gedragen dat een andere school bereid is om de leerling op te nemen. Dit kan ook een school voor SBO of (V)SO zijn.

De juridische middelen die ouders ter beschikking staan om het (voorgenomen) besluit tot verwijdering aan te vechten zijn:

-Binnen 6 weken schriftelijk bezwaar aantekenen bij Dynamiek Scholengroep.

Het bevoegd gezag beslist binnen 4 weken na ontvangst van de bezwaren.

- De Onderwijsconsulent inschakelen; zie www.onderwijsconsulenten.nl

- Een klacht indienen bij de Landelijke geschillencommissie Passend Onderwijs; zie http://www.geschillenpassendonderwijs.nl/procedures/procedure-bezwaar-toelating-en-verwijdering

- Beroep instellen/kort geding aanhangig maken bij de civiele rechter; zie

http://www.geschillenpassendonderwijs.nl/procedures/procedure-beroep-op-de-civiele-rechter

Dit alles heeft geen schorsende werking.

De Geschillencommissie passend onderwijs acht de volgende elementen van belang:

- Er is een deugdelijk ontwikkelingsperspectief opgesteld;

- Er is vervolgens onderzocht welke begeleiding en ondersteuningsmogelijkheden voor de school resteerden; en

- Dynamiek is erin geslaagd een andere school bereid te vinden de leerling op te nemen.

Voor toelating tot het SO is, als aangegeven, een TLV vereist, art. 18a lid 6 sub c WPO.

Dynamiek heeft aan de hierboven geschetste voorwaarden voor verwijdering voldaan, als de procedure voor het afgeven van de TLV correct is doorlopen.

De procedure is door het SWVB vastgelegd. Zie:

http://po.passendonderwijsnoordlimburg.nl/images/overige_pdf/Toewijzing%20van%20ondersteuning%20en%20het%20afgeven%20van%20TLV%20Sbo%20en%20SO.pdf


Download deze pagina Download de gehele schoolgids